‘Toen ik hier kwam stonden er alleen twee stompjes’

Dylan van Eijkeren 30 juni 2026, 20:00
uit het Parool https://www.parool.nl/kunst-media/gevelsteenmeester-tobias-snoep-69-neemt-afscheid-van-oud-schoolgebouw-met-schrijvend-jongetje-en-lezend-meisje-toen-ik-hier-kwam-stonden-er-alleen-twee-stompjes

In de Reggestraat, midden in de Rivierenbuurt, stond een school met twee beelden op de gevel. Toen gevelsteenmeester Tobias Snoep er zijn atelier vestigde, viel er echter geen beeld meer te bekennen. Veertig jaar later is Snoep vertrokken, en staan er nieuwe beelden.
Het is dinsdagochtend 16 juni als voor de laatste keer het iconische kraanwagentje van Tobias Snoep (69) de Reggestraat in draait. Snoep remt voor nummer 18, de Van Lennep Ateliers, met twee forse beelden in de laadbak. In het gebouw in Amsterdamse Schoolstijl had de gevelsteenmeester en beeldhouwer veertig jaar lang zijn werkplaats – ter plekke beitelde hij in honderden stenen, vormde er dozijnen gevelstenen die overal in de stad te zien zijn en restaureerde en herbouwde er hele gevelornamenten. De ‘verduurzaming’ van het gebouw vorig jaar deed hem besluiten te vertrekken. (De gemeente noemt dit ‘energetische verbetering.’)
Vandaag volgt de epiloog: de ateliers werden een eeuw geleden in gebruik genomen als lagere school, en in die tijd stonden er boven de ingang twee beelden op de gevel. “Maar toen ik hier kwam,” zegt Snoep, “stonden er alleen twee stompjes, een soort omgekeerde uien, waterdruppels.”
Het gebouw
De Van Lennepschool werd 1 september 1927 geopend als negentiende school van de hervormde gemeente. De school kreeg haar naam naar mr. Ernst van Lennep (1860-1922), een bankier die actief was in de hervormde gemeente. Zijn weduwe was aanwezig bij de opening.
Het ontwerp was van Amsterdammer Johannes Petri jr. (1881-1963), een hervormd architect die later ook het voormalige Hervormd Lyceum en een hervormde lagere school in de Fizeaustraat zou ontwerpen. De school telde aanvankelijk zeven lokalen en een gymzaal. In 1935 werd daar een lokaal aan toegevoegd, en in 1957 een handarbeidruimte, beide ontworpen door Petri.
Verduurzaming
Snoep staat in een traditie, en die traditie heet historische interesse, bovendien is hij een vakman met een halve eeuw ervaring achter de rug. “Johan Polet heeft precies 100 jaar geleden, in 1926, de beelden gemaakt voor de school. Maar de ondefinieerbare stompjes die ik hier aantrof, kon ik onmogelijk zien als verweerde, verwaarloosde of vergane beelden. Hier was meer aan de hand. Ik vroeg me al een jaar of veertig af wat de oorzaak van de verdwijning van de beelden kon zijn geweest.”

Een enkele, vage archieffoto gaf amper een indruk van wat er ooit moet hebben gestaan, al leken nog net een schrijvend jongetje en een lezend meisje te ontwaren.
Bij de verduurzaming van het gebouw werd besloten de stenen beelden terug te brengen. Snoep: “De architect van dit renovatieproject heeft mij de opdracht gegund.” Dat is een interessante samenloop van omstandigheden: de beeldhouwer die vier decennia achter de gevel natuursteen omvormde tot kunst, werd bij het verlaten van zijn nering gevraagd de kroon op de renovatie te zetten. “Ik beschouw dit als het einde van een periode, van een tijdperk, ik wil dat graag symbolisch uitluiden met de plaatsing van de twee beelden.”
Dus ging Snoep aan de slag. Staat Snoep eenmaal op zijn ladder, loopt er een man langs. “Die riep me toe dat hij hier als jochie op school had gezeten. Ik raakte met hem in gesprek en vroeg of hij nog herinneringen uit die tijd had, en of hij misschien wist hoe die beelden eruit hadden gezien.”
De vorm van een waterdruppel
De voorbijganger bevestigde in ieder geval het eerste. “Hij zei dat hij en een paar vrienden de langste jongens op school waren. Ze gaven elkaar een kontje, klommen de luifel boven de ingang op, en vandaar gingen ze op de hoofden van die beelden staan. Dan konden ze, weliswaar met gevaar voor eigen leven, een donderslag in de plantenbak van de directeurskamer leggen.”
Toen hij dit verhaal hoorde, viel bij Snoep het kwartje. “Misschien heeft de directie na dit incident opdracht gegeven aan een steenhouwersbedrijf om de beelden weg te hakken en te veranderen in stompjes in de vorm van een waterdruppel, zodat niemand er meer op kon staan.”
De metingen die Snoep die dag opnam, bleken niet te kloppen. “Zo’n fout maak ik eigenlijk nooit, maar vorig jaar was het met het leegruimen van het atelier hier heel hectisch, ik moet mijn hoofd er niet helemaal goed bij hebben gehad.” De blokken moezelkalk die hem werden geleverd pasten niet.

“Toen ben ik in mijn kraanwagentje gestapt en naar de groeve in de Eifel gereden om nieuwe blokken te kopen. Daar sneeuwde en vroor het, zodat er niet kon worden gedolven. Moest ik tot maart wachten voor ik ze kon ophalen.” Onverwacht voordeel: “Ik heb ter plekke verteld dat ik er beelden van ging maken, dus of ik mooie blokken kon krijgen, zonder fossielen. Die heb ik gekregen.”
Normaal gesproken boetseert Snoep eerst modellen (‘dan kun je weghalen en toevoegen’) voordat hij een beeld begint te houwen (‘dat is eenrichtingsverkeer’).
Eigentijdse vormentaal
Met niet meer dan een vage foto van de originelen van Polet beraamde Snoep zijn eigen plan. “Rond 1900 is er een discussie geweest over hoe je moet restaureren als je geen gebruik kunt maken van bestaand materiaal, zoals in dit geval. Daar is een lijn uit voortgekomen die zegt: dan los je dat op in een eigentijdse vormentaal. Je gaat niet historiserend lopen verzinnen.”
De kinderen die voor hem poseerden zette hij neer op houten stoelen met ornamenten in de zittingen. “Ik heb wel gebruikgemaakt van een aantal historische elementen, maar bijvoorbeeld hun haardracht is van nu.”
Nog steeds betreft het een lezend en schrijvend duo, in de stijl van Snoep, en in de stijl van de Amsterdamse School, al met al een stijl die recht doet aan zowel de huidige maker als aan de originelen van Polet. Snoep werkte er een week of negen aan, in zijn huidige atelier in een gehucht tussen Hoorn en Purmerend. Toen het duo de voltooiing naderde, beklom Snoep zijn ladder in de Reggestraat opnieuw en verwijderde de vreemde overblijfselen van Polets beelden.
Daarna brak de dag aan waarop hij zijn kalken kinderen op zijn kraanwagentje laadde en ze ’s morgens, na de files, naar de Rivierenbuurt reed. “Ik zei het al: een prachtige afsluiting van een periode. Ik vind het echt een hele eer dat ik dit heb mogen doen.”
Eenmaal geplaatst, aan het einde van de middag, komen opdrachtgevers, mede-ateliergebruikers, buren, vrienden, kantoorcollega Silvie Lucas en een aantal belangstellenden de onthulling door Snoeps eigen kinderen van Snoeps schoolkinderen bijwonen. Het einde van een tijdperk is begonnen. “Zo wilde ik het graag uitluiden,” zegt Snoep.
Dan, na een biertje op de late lentemiddag, tuft het kraanwagentje met Snoep achter het stuur voor de laatste keer de Reggestraat uit.

Johan Polet
Hij mag niet zo beroemd zijn als zijn tijdgenoot Hildo Krop (stadsbeeldhouwer van Amsterdam), maar dat wil niet zeggen dat de Amsterdamse beeldhouwer Johan Polet (1894-1971) geen oeuvre heeft achtergelaten.
De steenhouwerszoon beitelde onder veel meer de ornamenten voor de landhoofden van de Leidsebrug (twee nijlpaarden en twee leeuwenkoppen), het bekende beeld van Ferdinand Domela Nieuwenhuis op het Nassauplein in West en een beeltenis van Willem van Oranje voor het voormalige Hervormd Lyceum in Zuid.
Na de oorlog was het gedaan met de waardering voor Polet – hij was lid geworden van de Nederlandsche Kultuurraad en sloot zich aan bij de Kultuurkamer, een instelling van de Duitse bezetter waar iedere kunstenaar, schrijver, muzikant of podiumartiest zich diende in te schrijven. Sommigen lieten dat na. Polet niet.
Enig eerherstel was hem van gemeentewege gegund: in 1954 kreeg Polet de opdracht een beeld te maken voor het Enkhuizerplein in Tuindorp Nieuwendam. Dat werd De Scheepstimmerman, 3,65 meter hoog, geplaatst in 1960.